Inleiding
Als ondernemer krijgt u regelmatig te maken met vergunningen. U dient een vergunningaanvraag in bij de gemeente. Alles lijkt in orde, tot u ineens te horen krijgt dat u een Bibob-vragenformulier moet invullen. Wat houdt dit precies in? En wat kunnen de gevolgen voor uw aanvraag zijn?
Deze blog is het eerste deel in een serie over de Wet Bibob en de Omgevingswet. In deze blog wordt uitgelegd wat de Wet Bibob inhoudt, wanneer deze wordt toegepast en hoe deze wet zich verhoudt tot de nieuwe Omgevingswet. In de volgende blogs wordt gekeken naar het gemeentelijk beleid rondom Bibob en worden praktische tips gedeeld voor ondernemers die met een Bibob-toets te maken krijgen.
Wat is de Wet Bibob?
De Wet Bibob (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) bestaat sinds 2003 en heeft als doel te voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Om dit risico te beperken, mogen bestuursorganen een Bibob-toets uitvoeren. Dat houdt in dat zij onderzoeken of er een ernstig vermoeden bestaat dat een vergunning zal worden misbruikt voor strafbare feiten.
De toetsing is gebaseerd op artikel 3 van de Wet Bibob. Deze wet kent twee belangrijke reden waarom een vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken:
- De a-grond: er is een ernstig vermoeden dat voordelen uit strafbare feiten worden benut;
- De b-grond: er is een ernstig gevaar dat via de aangevraagde vergunning strafbare feiten gepleegd zullen worden.
Bij een vastgesteld ernstig gevaar mag een bestuursorgaan een vergunning weigeren, intrekken of onder voorwaarden verlenen.
Wanneer wordt de Wet Bibob toegepast?
De Bibob-toets wordt niet standaard op elke vergunningaanvraag toegepast. Gemeenten kunnen zelf bepalen wanneer ze deze toets gebruiken. Veel gemeenten hebben daarom een eigen Bibob-beleid opgesteld waarin zij onder andere vastleggen:
- In welke categorieën Bibob standaard wordt toegepast;
- Bij welke bedragen een Bibob-toets verplicht is bij een bouwactiviteit;
- In welke risicogebieden een toets plaatsvindt.
Daarnaast kan ook informatie van ketenpartners zoals de politie, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst of het RIEC (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum) aanleiding geven om een vergunning te toetsen.
Hoe verloopt een Bibob-procedure?
Wanneer een bestuursorgaan besluit een Bibob-toets toe te passen, wordt u als ondernemer gevraagd een Bibob-vragenformulier in te vullen. Hierin moet u informatie aanleveren over bijvoorbeeld:
- De structuur van uw organisatie;
- De herkomst van uw financiering;
- De betrokken (rechts)personen bij uw aanvraag of onderneming.
Op basis van deze informatie voert het bestuursorgaan een eigen onderzoek uit. Als er daarna nog twijfel bestaat, kunnen zij een advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Dit bureau heeft toegang tot meerdere bronnen en brengt vervolgens een niet-bindend advies uit over de mate van gevaar. Het advies kan zijn:
- Geen gevaar – de vergunning kan worden verleend;
- Minder mate van gevaar – de vergunning kan worden verleend met voorwaarden;
- Ernstig gevaar – de vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken.
De Bibob-toets loopt meestal parallel aan het reguliere vergunningstraject, maar kan zeker bij inschakeling van het LBB de procedure vertragen.
De Wet Bibob en de Omgevingswet
Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet bundelde tientallen wetten op onder andere het gebied van bouwen en milieu. De Omgevingswet vormt het wettelijke kader voor het verlenen van omgevingsvergunningen. De bevoegdheid tot het toepassen van de Wet Bibob binnen dit kader is vastgelegd in artikel 5:31 van de Omgevingswet.
In dit artikel is bepaald dat een bestuursorgaan bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bevoegd is om een integriteitsbeoordeling uit te voeren op grond van artikel 3 van de Wet Bibob.
Bibob toets koppelen
Bestuursorganen kunnen een Bibob-toets koppelen aan vergunningen voor onder andere:
- Milieubelastende activiteiten;
- Bouwactiviteiten;
- Omgevingsplanactiviteiten.
Milieubelastende activiteiten
Milieubelastende activiteiten zijn activiteiten die nadelige gevolgen kunnen veroorzaken voor het milieu. Onder de Wabo kon de Wet Bibob worden toegepast op omgevingsvergunningen voor milieuactiviteiten met betrekking tot inrichtingen. Onder de Omgevingswet is dit uitgebreid: het begrip milieubelastende activiteit is ruimer dan het oude begrip ‘inrichting’. In hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is per sector bepaald welke activiteiten als milieubelastend worden aangemerkt.
Bouwactiviteiten
Een bouwactiviteit ziet op het bouwen van een bouwwerk. Onder de Wabo gold als uitgangspunt dat voor een bouwactiviteit een omgevingsvergunning nodig was, tenzij expliciet was bepaald dat de activiteit vergunningvrij was. Onder de Omgevingswet is vastgelegd wanneer het bouwen van een bouwwerk vergunning plichtig is. Dit staat in artikel 2.25 en 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Omgevingsplanactiviteiten
Onder de Omgevingswet is geen sprake meer van bestemmingsplannen, maar van een omgevingsplan. Voor het gehele grondgebied van de gemeente wordt door de gemeenteraad één omgevingsplan vastgesteld. In het omgevingsplan worden regels opgenomen over de fysieke leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer over bouwwerken, infrastructuur, landschap en natuur. Een omgevingsplan is daarmee breder dan een bestemmingsplan. Zo moeten ook vergunningplichten worden opgenomen voor activiteiten uit gemeentelijke verordeningen die de fysieke leefomgeving wijzigen.
In het omgevingsplan kan worden opgenomen dat voor bepaalde activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Deze activiteiten zijn omgevingsplanactiviteiten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Binnenplanse omgevingsplanactiviteit: Een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat een omgevingsvergunning vereist is en die niet in strijd is met het omgevingsplan.
- Buitenplanse omgevingsplanactiviteit: Een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan, ongeacht of daar een vergunningplicht voor is opgenomen.
Wijziging van het omgevingsplan
Het verrichten van een activiteit in strijd met het omgevingsplan is niet alleen mogelijk via een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, maar ook door het omgevingsplan zelf te laten wijzigen.
Om te voorkomen dat een Bibob-onderzoek wordt omzeild via zo’n wijziging, bepaalt artikel 4.19b van de Omgevingswet dat de Wet Bibob ook van toepassing is op aanvragen tot wijziging van het omgevingsplan. Dit geldt wanneer de wijziging ertoe leidt dat de aanvrager daarna een activiteit kan uitvoeren zonder dat daar nog een omgevingsvergunning voor nodig is.
De Bibob-toets binnen de vergunningprocedure
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Bij een reguliere procedure geldt een beslistermijn van acht weken, met een mogelijk verlenging van zes weken. Voor complexe aanvragen geldt de uitgebreide procedure met een beslistermijn van zes maanden.
Wanneer het bestuursorgaan besluit een Bibob-advies aan te vragen bij het LBB, wordt de lopende beslistermijn opgeschort. Het LBB heeft in dat geval acht weken de tijd om advies uit te brengen, met een mogelijke verlening van vier weken. Deze opschorting kan maximaal 12 weken duren. Alleen het kan voorkomen dat het LBB het advies nog niet binnen deze tijd afheeft.
De uitkomst van de Bibob-toets vormt daarmee een belangrijke voorwaarde voor vergunningverlening. Alleen als het bestuursorgaan voldoende vertrouwen heeft in de integriteit van de aanvrager, zal de vergunning (al dan niet onder voorwaarden) worden verleend.
Wat zijn de risico’s van een Bibob-toets?
Een Bibob-onderzoek is niet vrijblijvend. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn:
- Uw vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken;
- De vergunningverlening kan vertraging oplopen;
- Er kunnen voorwaarden worden opgelegd voor uw vergunning
Bij een indicatie van ernstig gevaar wordt u voorafgaand in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Deze wordt door het bestuursorgaan meegenomen bij het uiteindelijke besluit.
Tot slot
De Wet Bibob is een krachtig bestuursrechtelijk instrument dat steeds vaker wordt ingezet om misbruik van vergunningen tegen te gaan. Ondernemers die een omgevingsvergunning aanvragen, moeten er rekening mee houden dat een Bibob-toets onderdeel kan uitmaken van de vergunningprocedure. In de volgende blog zal ik nader toelichten waar men in een concrete situatie tegenaan kan lopen.
Dit was het beroepsproduct (blog 1 van 3) van Roos Hoogveld, student HAN (4e jaars HBO rechten)

