Is er sprake van een nieuw juridisch kader bij gevoelige functies?
In eerdere blogs schreef ik over de juridische kaders rond spuitzones en de ruimte die de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak laat voor een afweging per geval. De bekende ‘50 meter’ is geen harde norm, maar een vuistregel uit de jurisprudentie. Wettelijke afstanden ontbreken.
In een recent arrest (ECLI:NL:GHSHE:2025:2043) bepaalde het hof Den Bosch dat een teler van lelies in de nabijheid van woningen een afstand van 250 meter in acht moet nemen. Is dit de nieuwe standaard?
Een boer wilde starten met het telen van lelies op een perceel dat op 10 tot 30 meter van een woonwijk ligt (of zelfs een nog kortere afstand). De bewoners, onder andere gezinnen met jonge kinderen, maakten zich zorgen over blootstelling aan drift van bestrijdingsmiddelen.
Hoewel de middelen door het Ctgb zijn toegelaten, signaleren onder andere EFSA, RIVM en de Gezondheidsraad dat de langetermijneffecten op onder meer Parkinson en ontwikkelingsschade bij kinderen onvoldoende onderzocht zijn.
In kort geding vorderden de omwonenden een verbod (en dat werd toegewezen in eerste aanleg).[1] De lelieteler ging in hoger beroep.
Het hof erkent dat het toelatingssysteem formeel rechtmatig is, maar ziet net als de rechtbank een leemte in de risicobeoordeling: de gezondheidsrisico’s op de lange termijn zijn niet afdoende onderzocht (ook de ‘cocktail’ van middelengebruik is niet onderzocht). Daarbij wijst het hof op artikel 12 van Richtlijn 2009/128/EG, die lidstaten verplicht om het gebruik van pesticiden in de nabijheid van kwetsbare groepen te minimaliseren of verbieden. Nederland heeft dat artikel volgens het hof onvolledig geïmplementeerd in nationale wetgeving.
Daarom oordeelt het hof dat de lelieteler, gelet op de omstandigheden, een verhoogde zorgplicht heeft en binnen een straal van 250 meter van de woningen geen bestrijdingsmiddelen mag gebruiken. Dit verbod geldt voorlopig tot en met 2028.
Nederland heeft Richtlijn 2009/128/EG in 2016 omgezet in nationale wetgeving (Besluit gewasbeschermingsmiddelen biociden), maar heeft nooit gekozen voor vaste afstanden of bufferzones in de wet. In plaats daarvan vertrouwt Nederland op bewustwording, innovatie en vrijwillige gedragsverandering.
In het meest recente Nationaal Actie Plan duurzame gewasbescherming 2022–2025 ontbreekt elke concrete afstandsnorm of juridische afbakening rond kwetsbare functies zoals wonen of zorg. Het actieplan regelt geen planologische bescherming. Het zet vooral in op precisielandbouw, driftreducerende spuittechnieken, betere registratie en monitoring.[2]
De uitspraak van het hof Den Bosch laat zien dat waar de wetgever geen afstanden vastlegt, de civiele rechter dat soms wel doet. De bekende vuistregel van 50 meter uit de bestuursrechtspraak lijkt voor gevoelige teelten zoals lelies niet meer afdoende.
Voor omgevingsplannen, vergunningverlening of functiewijzigingen kan de uitspraak van het hof gevolgen hebben. In situaties waar sprake is van gevoelige functies (gezinnen met jonge kinderen, kwetsbare bewoners) of intensief middelengebruik, kan een grotere afstand dan 50 meter noodzakelijk zijn. Ik acht de kans groot dat in het omgevingsrecht de afstandsmaat voor de spuitvrije zone van 250 meter bij dit type teelt gevolgd zal worden. Een alternatief is ook denkbaar: het planologisch uitsluiten van lelieteelt en andere teeltvormen die intensief middelengebruik vereisen.
Caren Schipperus
[2] Nederland werkt langs twee sporen aan duurzamer gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: enerzijds via het verplichte Geactualiseerd Nationaal Actieplan 2022–2025 dat voortkomt uit Europese regelgeving, en anderzijds via de nationale Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 met jaarlijkse uitvoeringsplannen. Beide trajecten hebben een andere basis en scope. In beide gevallen valt op dat Nederland nadrukkelijk kiest voor gedragsverandering, innovatie en monitoring, en geen vaste juridische afstandsnormen (spuitzones) hanteert ter bescherming van gevoelige functies.

